Real Time Monitoring van de HSMR

     
Achterliggend model PDF Afdrukken E-mail

Indicatoren


In Real Time Monitoring worden 4 indicatoren gemonitord: sterfte, verpleegduur, heropnames en dagopnameratio. Deze 4 maten worden allemaal gestandaardiseerd. Het standaardisatiemodel verschilt per indicator.

bellen_1.png

Sterfte

De sterfte wordt in RTM gemonitord voor zowel diagnosegroepen als voor verrichtingen. Op diagnoseniveau wordt gekeken naar de ziekenhuissterfte. Bij verrichtingen naar de sterfte binnen 30 dagen in het ziekenhuis. Er wordt namelijk vanuit gegaan dat als de sterfte na 30 dagen plaatsvindt, dit mogelijk niet meer als gevolg van de verrichting is.

In het model, dat gebaseerd is op de landelijke data van 2009, wordt de (H)SMR alleen berekend over klinische opnames. Dagopnames worden alleen meegenomen wanneer de patiënt in dagopname is overleden. De standaardisatie voor sterfte is het meest uitgebreid; daar wordt gestaandaardiseerd voor de volgende patiëntfactoren:

  • diagnose- of verrichtinggroep
  • jaar
  • leeftijd
  • geslacht
  • zwaarteklasse van hoofddiagnose (alleen bij diagnosegroepen)
  • Charlson index voor comorbiditeit
  • sociaal economische status
  • maand van opname
  • urgentie
  • herkomst van de patiënt

Per diagnose- of verrichtinggroep wordt gekeken welke factoren werkelijk verklarend zijn. Klik hier voor alle standaardisatiefactoren per diagnosengroep voor mortaliteit.

Niet voor alle groepen is voor alle bovengenoemde factoren gestandaardiseerd. Maand van opname is bijvoorbeeld bij pneumonie (longontsteking) wel een verklarende factor. Dit komt doordat patiënten met longontsteking in de wintermaanden een hogere kans hebben om te overlijden. Maar bij andere patiëntgroepen speelt deze seizoensinvloed niet en dan wordt dit ook niet in de standaardisatie meegenomen.

Verpleegduur

Bij verpleegduur wordt het aantal patiënten die een lange verpleegduur hebben gemonitord. Een lange verpleegduur wil zeggen dat ze landelijk tot de 25% met de langste verpleegduur behoren. Klik hier voor alle standaardisatiefactoren per diagnosengroep voor verpleegduur. De verpleegduur wordt zowel voor diagnosegroepen als voor verrichtingen gemonitord. Er is gestandaardiseerd voor de volgende factoren:

  • diagnose- of verrichtinggroep
  • leeftijd
  • Charlson index voor comorbiditeit
  • sociaal economische status
  • maand van opname
  • geslacht
  • herkomst van de patiënt
  • zwaarteklasse van hoofddiagnose (alleen bij diagnosegroepen)
  • urgentie
  • jaar

Heropnames

De definitie van een heropname is dat een patiënt binnen 28 dagen na ontslag uit het ziekenhuis urgent weer wordt opgenomen, ongeacht voor welke diagnose. Op die manier kunnen complicaties die thuis optreden worden opgespoord. Een patïënt die na een operatie bijvoorbeeld binnen 28 dagen weer wordt opgenomen op een andere afdeling met een wondinfectie, wordt op die manier gedetecteerd. Klik hier voor alle standaardisatiefactoren per diagnosengroep voor heropnames.

De heropnameratio's zijn gestandaardiseerd voor de volgende factoren: 

  • diagnose- of verrichtinggroep
  • leeftijd
  • Charlson index voor comorbiditeit
  • sociaal economische status
  • maand van opname
  • geslacht
  • herkomst van de patiënt
  • zwaarte van hoofddiagnose (alleen bij diagnosegroepen)
  • urgentie
  • jaar

Dagopnameratio

De dagopnameratio’s worden alleen voor verrichtingen gemonitord in RTM. Er wordt gestandaardiseerd voor jaar en voor de verrichtinggroep.

 

 
Copyright 2009, De Praktijk Index. Alle rechten voorbehouden.